1. Urumqi

Urumqi was voor De Wandelgek de tweede stopplaats in Xinjiang, de grootste provincie van China en geheel in het westen gelegen ten noordwesten van Tibet (Xizang). De eerste stopplaats was een chinees grensstation aan de Kazachse grens, waar alle reizigers moesten uitstappen zodat de trein kon worden gecontroleerd. Dit was een surreële aankomst in China. Stel je voor dat het donker is buiten (10 uur ‘s avonds) en dat de trein langzaam aan langzamer begint te rijden en dan het perron op rijdt van waarnaast een groot pompeus stationsgebouw staat. Een batterij grote felle lampen is aangesprongen en op het perron en de trein gericht en uit de luidsprekers klinkt luidde, chinese, militaire muziek. Langs het perron staat in gelid een lange rij militairen in uniform met grote petten op, die salueren terwijl de trein arriveert en tot stilstand komt. Onder de indruk verlaat ik de trein. Die wordt door de militairen grondig doorzocht. Na ongeveer een uur mogen we er weer in en zo rond 11.30u rijden we verder naar Urumqi waar we in de ochtend aankomen. Die aankomst is heel anders dan zojuist beschreven. Hier komt de trein “normaal” aan op het station en ik heb ook op andere stations niet meer iets dergelijks meegemaakt, waarschijnlijk gebeurt dit alleen bij grensovergangen.

Nadat De Wandelgek z’n rugzak op het perron had, ging het door de stationshal richting het grote stationsplein dat een heel chinees karakter heeft.

Vanaf het plein gingen we met een busje mee naar het in de Tien Shan gelegen Tian Chi of Hemelse meer. Dit ligt op zo’n 60 tot 65 km van Urumqi verwijderd, en was een oase van rust waar het heerlijk toeven is na de 40-urige treinreis die net achter de rug was. De volgende dag reisde De Wandelgek laat in de ochtend verder en daarbij werden de industriële buitenwijken van Urumqi gepasseerd. Daarna ging het op weg naar Turpan in de Turpandepressie.

[galobj viewid=203]

Ürümqi of Urumqi (Oeigoers:ئۈرۈمچی; uitspraak “[uːˈruːmtʃi]“, Nederlandse schrijfwijze op oude kaarten: Oeroemtsji) of Wulumuqi is de hoofdstad van Sinkiang, een autonome regio in China die gelegen is in het noordwesten van het land. De stad telde 2.082.000 inwoners in 2004.

Tijdens de Qing-dynastie en Republiek China heette de stad Dinghua (迪化). In 1954 werd de naam van de stad in Wulumuqi (乌鲁木齐)/Ürümqi veranderd. Ürümqi betekent “rode tempel” in het Mongools en in het Oeigoers betekent het “mooi weiland”.

Het is de grootste stad in de westelijke helft van China. In vele opzichten (taalkundig, cultureel en commercieel) heeft het sterkere banden met westelijke gebieden dan met de rest van China. De bevolking van de stad bestaat voor bijna de helft uit Han-Chinezen en voor bijna de helft uit Oeigoeren, het volk dat in de landelijke gebieden van Sinkiang de meerderheid van de bevolking uitmaakt.

Ürümqi is van alle miljoenensteden de stad die het verst van een zee of een oceaan is verwijderd.

In Sinkiang zijn vele tientallen goed bewaarde mummies gevonden die wellicht zo’n 4000 jaar oud kunnen zijn. Zij zijn waarschijnlijk op natuurlijke wijze bewaard gebleven, in tegenstelling tot de mummificatie zoals die in het oude Egypte werd toegepast. In het regionaal museum van de hoofdstad Ürümqi zijn onder andere dergelijke mummies te zien, alsmede archeologische vondsten die te maken hebben met de zijderoute.

Share this blog on:
Facebooktwitter

or even better Follow Wandelgek on:
Facebooktwitter
Bookmark the permalink.

Comments are closed.