Namibie

Namibië.jpg

Na een paar dagen in Kaapstad te hebben doorgebracht en na een lange reisdag naar Okiep en een vroeg vertrek uit Okiep voor het laatste stuk naar de grens tussen Zuid Afrika en Namibië, was het dan eindelijk zover. Na het oversteken van de Zuid Afrikaanse grens en de nodige grensformaliteiten, reed De Wandelgek door Niemandsland richting de Namibische grens en onderweg werd via een brug de Oranjerivier, die als grensrivier fungeert, overgestoken.

 

 

Daarna werd een groot bord met de tekst Welkom in Namibië gepasseerd, dat zich prima leende voor foto’s en toen werd de Namibische grens bereikt en na weer enige formaliteiten was De Wandelgek in Namibië.

Een groot verschil tussen Zuid Afrika en Namibië was de temperatuur. Je had hier droge woestijnlucht en ondanks dat het hartje winter was was het hier (in tegenstelling tot in Kaapstad waar het toen De Wandelgek er was 17 a 18 graden Celsius was), dik boven de 20 graden Celsius. Naarmate noordelijk werd gereisd liep die temperatuur hard op tot boven de 30 graden Celsius.

Namibië, officieel de Republiek Namibië (Afrikaans: Republiek van Namibië; Engels: Republic of Namibia; Duits: Republik Namibia), is een land in zuidelijk Afrika, aan de kust van de Atlantische Oceaan tussen Angola en Zuid-Afrika. Ook de Caprivistrook, een smalle strook land tussen Botswana aan de zuidkant en Angola en Zambia in het noorden behoort tot Namibië. In het noorden vormen de rivieren Kunene, Okavango en Zambezi natuurlijke grenzen met Angola en Zambia, in het zuiden is de Oranjerivier de grens met Zuid-Afrika. In het noordoosten vormt de 21ste lengtegraad en in het zuidoosten de 20e lengtegraad de grens met Botswana.

Geschiedenis

De eerste tekenen van leven in het hedendaagse Namibië-gebied dateren uit 27.000 voor Christus. Zo zijn er de prehistorische rotstekeningen uit Twyfelfontein die door de UNESCO als werelderfgoed beschouwd worden. Deze tekeningen zijn van de hand van de San of Bosjesmannen, die de oudste bekende bewoners van het land zijn en er nog steeds wonen. De Nama en Damara trokken later het gebied binnen en vanaf de 14de eeuw na Christus gingen ook Bantoestammen als de Herero, Kavango, de Tswana en de Owambo, zich in de regio vestigen.[5]

In de 19e eeuw trokken de Nederlandstalige Orlams vanuit de Kaapkolonie naar Namibië. Zij waren nakomelingen van blanke boeren uit de Kaapkolonie (in het huidige Zuid-Afrika) en Nama-vrouwen. Hun kaptyn Jonker Afrikaner stichtte in 1840 de huidige hoofdstad Windhoek en domineerde een aanzienlijk deel van Namibië tot zijn dood in 1861. In de jaren 1870 vestigde er zich een volgende bevolkingsgroep, namelijk de (Rehoboth) Basters, een andere Nederlandstalige kleurlingengemeenschap.

Aan het einde van de 19de eeuw begon de kolonisatie door Europeanen. In 1878 werd Walvisbaai, een natuurlijke zeehaven, deel van de Britse Kaapkolonie en in 1884 werd op de Koloniale Conferentie van Berlijn afgesproken dat de rest van het gebied een kolonie werd van Duitsland. Het gebied werd door de Duitse kolonisatoren Duits-Zuidwest-Afrika gedoopt. In 1890 werd met het Zanzibarverdrag de Caprivistrook aan de kolonie toegevoegd. De Herero en Nama, onder leiding van Hendrik Witbooi, kwamen in het begin van de 20ste eeuw in opstand tegen deze Duitse bezetting. De Duitsers vervingen hun gouverneur Theodor Leutwein door Generaal Lothar von Trotha, die het bevel gaf om elke Herero neer te schieten. De Herero en Nama leden zeer zware verliezen: 80% van de Herero’s en 50% van de Nama’s werden vermoord. Deze massamoord werd later door de Verenigde Naties erkend als de eerste genocide van de 20ste eeuw en kreeg de naam Namibische genocide.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog veroverde Zuid-Afrika Duits-Zuidwest-Afrika op de Duitsers en in 1920 werd het door de Volkenbond aan Zuid-Afrika toegewezen als mandaatgebied. De raciale segregatie, die door de Duitsers was geïntroduceerd, werd verder doorgevoerd en kreeg een wettelijke basis. Dit systeem werd apartheid genoemd. Vanaf 1968 werden met het Plan Odendaal bantoestans of thuislanden gecreëerd, waarmee elke bevolkingsgroep zijn eigen reservaat kreeg. De naam van het land veranderde naar Zuidwest-Afrika.

Net als in de rest van Afrika ontstonden er eind jaren 1950 onafhankelijkheidsbewegingen in Namibië. Zo werd in 1959 de South West Africa National Union (Swanu) opgericht en in 1960 de South West Africa People’s Organisation (Swapo). Deze en andere bewegingen begonnen een lange oppositie tegen het apartheidsbewind en de kolonisatie. Vanaf 1966 startte de Zuid-Afrikaanse Grensoorlog en voerde Swapo, met haar gewapende tak het People’s Liberation Army of Namibia, ook een gewapende opstand tegen het Zuid-Afrikaanse regime. Ook internationaal was er verzet tegen het politieke systeem en de kolonisatie. De Verenigde Naties verwierp in 1946 het voorstel van Zuid-Afrika om Zuidwest-Afrika als vijfde provincie in te lijven. In 1978 nam de VN Resolutie 435 aan, waarmee Zuid-Afrika’s bestuur in Namibië door de VN illegaal werd verklaard en haar aanwezigheid een bezetting werd genoemd. Het land werd opgeroepen zich terug te trekken om Namibië te verzelfstandigen. Vijf westerse landen, de Verenigde Staten, Canada, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland en Groot-Brittannië, vormden de Western Contact Group die een vreedzame oplossing van het conflict nastreefde. Zij dwongen Zuid-Afrika ertoe om ook met Swapo en de buurlanden te onderhandelen en hen niet uit te sluiten zoals ze deden bij onder andere de Turnhalle Constitutionele Conferentie in 1977 (waar men pseudo-onafhankelijke etnische regeringen wilde opzetten).

In 1988 werd resolutie 435 door alle partijen ondertekend en werd het onafhankelijkheidsproces in gang gezet. De Verenigde Naties stuurden de UNTAG-missie, met Martti Ahtisaari als hoofd, om de transitie bij te staan. In november 1989 vonden er verkiezingen voor de Grondwettelijke Vergadering plaats. Deze Grondwettelijke Vergadering legde de Grondwet vast. Op 21 maart 1990 werd het land onafhankelijk en kreeg het een nieuwe naam: Namibië. Walvisbaai en enkele eilanden voor de kust van Namibië bleven wel een kolonie van Zuid-Afrika. In 1994, met het einde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika, werden deze gebieden uiteindelijk aan Namibië gegeven.

De eerste president van het land werd Sam Nujoma die zijn eed aflegde op de Onafhankelijkheidsdag. Swapo, de beweging waarvan Nujoma leider was, legde de wapens neer en werd een politieke partij. Haar strijders gingen deels op in het Namibische leger. Een democratisch meerpartijenstelsel werd ontwikkeld met verschillende politieke partijen. Swapo werd echter een zeer dominante partij die elke verkiezing won. In 2005 liet Nujoma na 15 jaar het presidentschap over aan zijn partijgenoot Hifikepunye Pohamba.

De Angolese Burgeroorlog had een kleine impact op het leven van de Namibiërs in het noorden van het land tot het einde van de oorlog in 2002. In 1999 vond er in de Caprivi-regio een afscheidingspoging plaats door het Caprivi Liberation Army. Vanaf 2001 werd het gebied weer veilig verklaard.

Geografie

Namibië is met een oppervlakte van 824.268 km² het 34ste grootste land ter wereld. Het heeft 3824 km aan grenzen, waarvan met Angola 1376 km, Botswana 1360 km, Zuid-Afrika 855 km en Zambia 233 km. Daarnaast heeft ook een kustlijn aan de Atlantische Oceaan van 1572 km. Namibië is het land met de minste regenval in sub-Sahara Afrika.

Geografische gebieden

Namibië kent verschillende biomen, waaronder woestijn, halfwoestijn, savanne en wetlands. De vijf grote geografische gebieden van het land zijn: het Centraal Plateau, de Namibwoestijn, de Grote Plateaurand, het Bosveld en de Kalahari.

De Namib-woestijn is de bekendste woestijn van Namibië en loopt langs een groot deel van de Namibische kust. Een befaamd natuurgebied in de Namib-woestijn is dat van de Sossusvlei, waarnaast ook de Dodevlei zich bevindt. De kustdelen bestaan uit zandwoestijn met een zandzee. Deze wordt sinds 2013 als een werelderfgoed gezien.[10] Meer landinwaarts ligt er een grindwoestijn. Korte grassen zoals duingras (Stipagrostis sabulicola) en struikachtigen zoals de potloodplant (Euphorbia tirucalli), de dollarstruik (Zygophyllum stapfii) en Welwitschia mirabilis zijn de dominante flora. Er valt slechts 10 tot 80 mm regen per jaar, met name in de zomerperiode, hoewel droge periodes van vier tot vijf jaar voorkomen. Daarnaast komt tot 50 km landinwaarts vochtige en koude mist voor, veroorzaakt door de koude Benguelastroom langs de kust.

De dominerende vegetatie van de halfwoestijn zijn grassen, lage struiken zoals de driedoring (Rhigozum trichotomum) en het bitterbos (Chrysocoma ciliata), en kleine bomen zoals de soetdoring (Acacia karroo) en de tamarisk (Tamarix usneoides). Er valt 100 tot 520 mm regen per jaar, met name in de zomerperiode.

De savanne kenmerkt zich door een onderlaag met grassen en een bovenlaag met struiken en bomen van één tot twintig meter in hoogte. Gebieden met een bovenlaag van lage struiken en kleine bomen worden aangeduid als “shrubveld”, terwijl gebieden met dichte begroeiing “woodland” worden genoemd. De tussenliggende vormen, met een bovenlaag van drie tot zeven meter, staan bekend als “bushveld”. Tot de algemeenste bomen van de savanne behoren de Afrikaanse baobab of apenbroodboom (Adansonia digitata), de Afrikaanse ebbenboom (Diospyros mespiliformis) en verschillende Acacia-soorten. De meeste planten zijn goed bestand tegen branden. De neerslag bedraagt 235 tot 1000 mm per jaar, wat in gematigde streken voldoende zou zijn voor een gesloten bos, maar niet in tropische gebieden met hun veel hogere verdamping. Er is afwisselend een nat en droog seizoen.

In de wetlandgebieden zijn rietachtigen als Phragmites mauritianus, cypergrassen (Cyperus sp. en Scirpus sp.) en de anaboom (Acacia albida) de dominante flora.

Share this blog on:
Facebooktwitter

or even better Follow Wandelgek on:
Facebooktwitter

Comments are closed.